Dementie: Onderzoek suggereert dat het eten van kaas regelmatig het brein op oudere leeftijd kan beschermen

Dementie wordt vaak gezien als een van de grootste gezondheidsuitdagingen van onze tijd. Wereldwijd lijden meer dan 50 miljoen mensen aan een vorm van cognitieve gezondheid, en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt dat dit aantal tegen 2050 ongeveer zou kunnen verdrievoudigen. Omdat er nog geen genezing is en de huidige medicijnen beperkt werken, richten onderzoekers zich op dagelijkse factoren die je wél kunt beïnvloeden. Eén onderwerp dat recent aandacht krijgt, is de consumptie van kaas.
Studie uit Japan: de resultaten
In 2025 verscheen een belangrijk artikel in “Nutrients”. Het onderzoek kwam van het Nationaal Centrum voor Geriatrie en Gerontologie, in samenwerking met twee niet nader genoemde universiteiten, en gebruikte data uit de JAGES-cohorte (Japanse grootschalige observationele studie). Er deden 7 914 Japanse deelnemers mee, allemaal 65 jaar en ouder, die nog thuis woonden en geen indeling hadden in de Wet langdurige zorg (vaak gebruikt als proxy voor dementie).
De deelnemers werden in twee groepen verdeeld: mensen die minstens één keer per week kaas aten en mensen die nooit kaas aten. Van degenen die kaas aten, gaf ongeveer 83% de voorkeur aan bewerkte kaasproducten, terwijl ongeveer 8% klassieke witte-schimmelkaassoorten zoals Brie of Camembert consumeerden. De data werden geanalyseerd met Propensity Score Matching (een statistische methode om groepen vergelijkbaar te maken), waarbij leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, inkomen en andere relevante kenmerken werden meegenomen om vertekening te verminderen.
Over een periode van ongeveer drie jaar ontwikkelden 134 personen uit de kaasgroep dementie, wat neerkomt op 3,4%, vergeleken met 176 personen of 4,5% in de geen-kaasgroep. Dat komt neer op een ongecorrigeerde relatieve risicoreductie van 24%, en circa 21% na correcties voor andere voedingsgewoonten.
Hoe kaas dat zou kunnen doen
De studie wijst op vitamine K2 in kaas als mogelijke sleutel (een vetoplosbare vitamine die calcium reguleert en de bloedvaten ondersteunt). Betere doorbloeding kan het risico op beroerte en vasculaire dementie verlagen, wat de gezondheid van de hersenen ten goede komt. Daarnaast levert kaas hoogwaardige eiwitten, essentiële aminozuren en bioactieve peptiden, die ontstekingsremmende en antioxidante eigenschappen kunnen hebben. De microflora in gefermenteerde kaas kan ook bijdragen aan een gezond darmmicrobioom, en dat blijkt samen te hangen met cognitieve gezondheid.
Opvallend is dat mensen in de kaasgroep ook meer fruit, groenten, vis en vlees in gematigde hoeveelheden aten. Deze voedingsmiddelen zijn op hun beurt gunstig voor de hersenen door hun omega-3-vetzuren, vitamines en mineralen. Zelfs na correctie voor deze factoren bleef het beschermende effect van kaas statistisch significant.
Wat je praktisch kunt doen
De studie geeft geen exact aantal gram kaas per week, maar suggereert dat minstens één keer per week kaasconsumptie al effect kan hebben. Richtlijnen raden aan kaas te zien als onderdeel van een gevarieerd, grotendeels plantaardig dieet, gecombineerd met voldoende beweging en het beheer van andere gezondheidsrisico’s zoals hypertensie.
Let wel: kaas is geen risicoloos supervoedsel. Door het zout- en verzadigd vetgehalte kan te veel kaas bijdragen aan hart- en vaatziekten. Mensen met bestaande gezondheidsproblemen moeten hun kaasgebruik bespreken met hun arts.
Hoewel deze bevindingen veelbelovend zijn, zijn er methodologische beperkingen. Het onderzoek is observationeel en toont een associatie, geen causaliteit. Er blijven vragen open, onder andere over genetische factoren en over welk specifiek type dementie minder vaak voorkwam. Toekomstig onderzoek kan nagaan welke specifieke bestanddelen van kaas (of alternatieve toedieningsvormen) hetzelfde beschermende effect geven.
De link tussen kaasconsumptie en een lager risico op dementie opent nieuwe perspectieven in de zoektocht naar manieren om een van de meest ontwrichtende ziekten van onze tijd te bestrijden. Onderzoekers en gezondheidsprofessionals kunnen deze gegevens gebruiken bij het ontwikkelen van aanbevelingen ter verbetering van de preventie van cognitieve achteruitgang wereldwijd.